De mens, niet zo dom

Was de mens toch niet zo dom!
Hij gaat voorbij, aan ‘t doel van zijn leven.
Hij ijvert naar macht en naar rijkdom,
waarbij hij niet aarzelt van de ander te nemen.
Zo ontpopt de mens zich als een ware tiran.
hem zijn ze wind, de van God gekregen geboden.
Hij meent, dat hij alles mag, dat hij alles kan,
zelfs al moet hij daarvoor zijn medemens doden.

Was de mens toch niet zo dom!
Hij permitteert zich zelfs om te doden, het nog ongeboren leven.
Of hem die aan ziekte lijdt of aan ouderdom,
ja zelfs hem, met een andere huidskleur, staat hij naar ‘t leven.
De mens hij is een ware tiran,
hij kent het niet meer wat is plicht en eer.
Vergaart alles wat hij maar krijgen kan,
op zijn weg naar begeerte, en steeds meer.

Was de mens toch niet zo dom!
Hij zou ophouden de ander te haten.
Weg zou hij doen, de alles vernietigende bom,
hij zou zich over de ander erbarmen.
Hij zou alles wat hij heeft gekregen,
met hem die niets heeft, met hem die lijdt,
Alles zou hij met hem delen,
hij zou zich op de weg van eerlijkheid begeven.

Was de mens toch niet zo dom!
Hij zou weten dat hij op aarde, slechts enkele minuten mag leven.
Als hij dat nu eens geloven kon,
zijn verstand liet werken! dat hij heeft gekregen.
Bij God is immers een dag gelijk aan duizend jaren,
maximaal zijn hem dus maar enkele minuten gegeven.
Was de mens toch niet zo dom! Hij zou zich in deze tijd bewaren,
om God dienende, te verwerven het eeuwige leven.

Beoordeling:
Deze rijm heeft 0 stemmen, met gemiddeld cijfer: 0

Plaats een reactie